Artikel Poot alles palletie maart 2005

Merselo, een minuscuul kerkdorpje in het vlakke Peellandschap, omringd door stankcirkels van veehouderijen, is een oord, dat zou kunnen dienen als een schilderachtig decor voor een van de verhalen van Toon Kortooms. Een kerkje, een pleintje, een school, een molen, wat boerderijen, ‘n handvol huizen, enkele sportvelden, een paar cafés en warempel één bijzondere bromfietszaak. Een winkel met werkplaats en een indrukwekkend onderdelenmagazijn. Potjes met schroefjes, ringetjes en boutjes, doorgezaagde jerrycans met motorparts, cilinders, koppen, spatborden, koplampen, reflectoren, V-snaren, kettingen, kabels, spaken en dat alles keurig gerubriceerd. Aan het plafond hangen bagagedragers en voorvorken van fameuze merken uit het verleden. Kreidler, Zündapp, Berini, Florett. Eigenaar Piet Poot(49) kan er smakelijk over vertellen. Hij is gespecialiseerd in het opknappen van oude ‘rommel’. Hij groeide thuis in Velden op tussen de fietsen en bromfietsen. Daar werd hij besmet met het onuitroeibare virus.

“In 1973 ben ik min of meer gestart met het repareren van beschadigde en in beslag genomen cilinders en cilinderkoppen. Goede handel hoor. Ik had klandizie uit de hele streek, van Venlo tot aan Gennep en een stukje Brabant. De vraag naar andere gebruikte onderdelen steeg gestaag, dus ook met klantenkring.” “Iedereen mag overal rondneuzen en alles aanraken. Ik hou niet van geheimzinnig gedoe achter een balie. De echte liefhebbers weten me te vinden. Ze komen uit het hele land. Waar ze mij van kennen? Van beurzen, van het internet, kaartjes, mond-op-mond reclame. Pas stonden er nog twee Rotterdammers bij mij in de straat. Ze keken wat meewarig naar binnen, maar eenmaal achterom in de loods waanden ze zich in het paradijs. Zoiets hadden ze nog nooit gezien. Likkebaardend liepen ze langs de schappen.”

“Met een startkapitaal van -schrik niet- 150 keiharde Duitse marken zette ik in 1985 definitief de stap naar het ondernemerschap. Daardoor voel ik me nu een ‘rijk’ man. Er zit me geen bank achter de vodden. Ik kan alles zelf financieren.”

“De bromfietsen en onderdelen haal ik voornamelijk uit Duitsland, waar ik een heel netwerk van tussenpersonen heb zitten. Gütersloh, Saarbrücken, Koblenz, Wiesbaden, Bielefeld, Bonn. Op de gekste plekken in de meest verre uithoeken. Mensen die midden in het bos op een steile berghelling een schuurtje met wat oude bromfietsen hebben staan.”

“De bromfietscultuur van vroeger had iets. De pikorde was duidelijk. Puch en Tomos waren de studentenmerken. Het volkse gepeupel reed op Kreidler en Zündapp. Als je bijvoorbeeld op de kermis van Horst kwam, stonden alle merken netjes bij elkaar. Je zag geen Puch tussen de Kreidlers staan, daar zou geheid ruzie van komen. Mijn eerste bromfiets was natuurlijk een Berini, die verkochten we namelijk thuis.”

“Ik reed per jaar zo’n 60.000 kilometers, voornamelijk in het buitenland, op zoek naar nog bruikbare onderdelen en motorfietsen. Iedere zaterdagmorgen om drie uur uit bed om weer op pad te gaan. Mijn vrouw bestierde de zaak en verzorgde onze toen nog kleine kinderen. Ik sta er nog van te kijken hoe ze het allemaal deed. Wekelijks verkochten we 15 tweewielers en allerlei onderdelen. Nu is het door de drukke werkzaamheden aan de oldtimers bijna onmogelijk om nog op pad te gaan. We doen alles zelf. Het demonteren, het zandstralen, polijsten, spuiten, noem maar op. Heel dankbaar werk, ja. Niet te vergelijken met het werken aan een nieuwe scooter of bromfiets. Je moet wel waken voor liefhebbers die tegen iedere prijs een oldtimer willen hebben. Dat maakt het helaas minder leuk. Het wordt daardoor een bijna onbetaalbare hobby. We zoeken de goede beurzen uit. In Wychen en in Geel bijvoorbeeld krijgt iedereen gelijke kansen.”

“Vroeger werd de bromfiets door de eigenaar gekoesterd. Iedere week poetsen en regelmatig een grote of kleine onderhoudsbeurt. Een oldtimer wordt vaak alleen van stal gehaald als het mooi weer is. Je zou ze eigenlijk meer op straat moeten kunnen zien, een prachtig gezicht. De moderne generatie rijdt gewoon door totdat het niet meer kan, komen dan werkplaats binnengestormd, heeft het fatsoen niet om de helm af te doen en vloekt iets onverstaanbaars naar de monteur. Geef mij maar een oogverblindende Zündapp. Daar draai je je graag voor om.”

“Onze werkplaats is altijd opgeruimd en er slingeren geen oliën of vetten rond. In rotzooi kan nu eenmaal niet gewerkt worden. Ons bestel- en voorraadsysteem is geautomatiseerd. We hebben in ons magazijn onderdelen van Zündapp, Hercules, Puch, Kreidler, Durkopf, Maico, Aspes, Beta, Curys, Sachs, Berini, noem maar op. Het liefste zou ik weer de boer op gaan, maar het werk hier in Merselo laat dat niet zo veel meer toe.

Mijn beide kinderen zijn ook helemaal gek van oldtimers, auto’s welteverstaan. Liesbeth rijdt in een Fiat 126, terwijl Peter een Opel Kadett C heeft opgeknapt. Hoe zeg je dat alweer? De appel valt niet ver van de boom....”

Lees het originele artikel >>

 
< Vorige   Volgende >

Copyright © 2012 | Poot Tweewielers Merselo | Sitemap | Linkpartners
CrossIM Webdesign