Geschiedenis van de brommer in Nederland
De brommer is ooit begonnen als "fiets met hulpmotor". Dit meer en meer het dagelijks vervoer middel van veel mensen en de fiets met hulpmotor werd verder ontwikkeld. Al snel werd de motor meer geïntrigeerd in de fiets. De brommer was geboren.

De staat riep veel (belachelijke) regels uit, om de vrijheid van de brommerrijder zoveel mogelijk te beperken. Ze begonnen met de maximum snelheid vast te leggen op 40 km/u. Dat was snel genoeg volgens hun. Ook moest een brommer doormiddel van trappers voort te bewegen zijn, anders was het een motor. Deze regel is pas opgeheven in 1985, brommers met een eerder bouwjaar hebben dus trappers.

Het leek er op dat de staat alles deed om het de brommer zo moeilijk mogelijk te maken. Toch konden zij de brommer niet tegenhouden en ze kwamen meer en meer op de weg.

Veiligheid werd in 1975 verbeterd door de helmplicht. De beruchte pothelm stamt uit deze tijd. Later kwamen de veel duurdere Intergraal helmen, die het hele gezicht bedekten. Tegenwoordig heeft iedereen bijna een intergraal helm en dat is maar goed ook want die zijn veel veiliger.

Ondanks de toegenomen veiligheid op de brommer door de helmplicht, vonden veel mensen de helm een lastig rotding en stapten van de brommer af en zochten een ander vervoermiddel. De auto was toen erg in trek, lekker droog en beter betaalbare dan vroeger, omdat de lonen gestegen waren. Vanaf deze tijd ging het dus ook direct een stuk moeilijker met de verkoop van brommers. Dat merkten de fabrikanten goed, maar het was nog niks om zich echt zorgen over te maken. De Kreidler en Zündapp buikschuivers werden nog steeds redelijk goed verkocht aan de nozems en de echte punkers kochten ook nog met liefde een nieuwe Puch, of bij wat minder groot budget een Tomos die vrijwel identiek was, maar Puch's imago miste. De jaren 70 waren achteraf bekeken nog vette jaren voor de brommerfabrikanten, hoewel de piek allang bereikt was. In de jaren 80 werd het anders. Verzekeraars begonnen met een belachelijke hoge premies voor schakelbrommers, en dat overleefden de meeste bromfietsfabrikanten niet. Het beroemde Kreidler ging in 1983 failliet en in 1984 ging Zündapp ook failliet. Puch overleefde door een automaatmodel, de Maxi. Ook Tomos overleefde, zij hadden de A3 automaat op de markt gebracht die goed verkocht werd. De uitzondering op de regel waren de Japanse fabrikanten. Hun Duitse concurrenten gingen failliet, terwijl het leek dat zij alleen maar meer brommers verkochten. Vooral Honda ontwikkelde zich sterk op de brommermarkt. Was je vroeger nog aparte idioot geweest als je op een Honda kleppenkast reed, in de jaren 80 was de man met een nieuwe MB of MT. Ook Yamaha en Suzuki pikten een graantje mee met hun moderne modellen, maar Honda was niet te evenaren qua verkopen.

In de jaren 90 komt er een hele andere brommer rage opzetten. Een volautomatisch bromfiets met een modern, bijna futuristisch uiterlijk en kleine stervelgen. De scooter was geboren. De brommer markt steeg direct weer geweldig en de grote merken werden Peugeot en Aprilia. Ook waren de jaren 90 de tijden van de Hardcore en de Gabber cultuur. Gabbers waren er veel in die tijd en bij een echte gabber hoorde een strakke scooter. Scooters verkochten dus nog weer beter.

Toch zijn de typische schakelbrommers van Nederland uit de 70 en 80 jaren niet uitgestorven. De schakelbrommer lijkt langzaam aan weer populairder te worden. Dankzij Derbi, Aprilia, Rieju, Motorhispania en nog meer merken, die de schakelbrommer doen lijken op motoren worden de schakelbrommers steeds populairder.

 

Copyright © 2012 | Poot Tweewielers Merselo | Sitemap | Linkpartners
CrossIM Webdesign